Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Onze bedrijfsvoering

5.1 Financiën

5.1.1 Toelichting College van Bestuur

Inleiding

De jaarrekening maakt als verantwoordingsdocument onderdeel uit van onze beleidscyclus.  

De beleidscyclus begint, voorafgaand aan het boekjaar, met het bepalen en vastleggen van de financiële kaders en uitgangspunten in onze routekaart en wordt afgestemd op onze strategische koers. Deze kaders en uitgangspunten zijn vervolgens in de begroting vertaald naar de verschillende organisatieonderdelen. De begroting en ook de jaarrekening zijn daarom ontleend aan de beleidscyclus en congruent aan onze strategie.  

Het financiële kader voor 2025 liet een begroot resultaat zien van € 0,1 mln. (positief). Het uiteindelijke resultaat over 2025 is € 0,8 mln. (positief). Op hoofdlijnen zien we dat de toename van het resultaat ad € 0,7 mln. voornamelijk te herleiden is door hogere ontvangen Rijksbijdrage als gevolg van beleidskeuzes vanuit het Ministerie van OC&W en hogere ‘overige baten’ als gevolg van het uitvoeren van projecten op subsidiebasis. Ook hebben we hogere opbrengsten vanuit detachering personeel. 

In hoofdstuk 5.3 en in hoofdstuk 2 van deel B van dit geïntegreerd jaardocument wordt het verschil nader toegelicht. 

Het financiële kader bestaat niet alleen uit ons financieel resultaat. In het hoofdstuk 5.1.2 volgt een grafische weergave van de ontwikkeling van onze belangrijkste kengetallen in de afgelopen drie jaar. In ons treasury-verslag in hoofdstuk 5.1.2.1 wordt een toelichting gegeven op de ontwikkeling van de kengetallen.

Zie hoofdstuk 5.4 voor een totaaloverzicht van de ontwikkeling van de relevante financiële kengetallen, de door de Onderwijsinspectie gehanteerde signaleringswaarden en eigen, interne onder- en bovengrenzen en normen voor deze kengetallen.

Ontwikkeling van de balans ultimo 2025

In de balans 2025 (zie hoofdstuk 2 in deel B van dit geïntegreerd jaardocument) is zichtbaar dat het balanstotaal is toegenomen van € 113,6 mln. in 2024 naar € 117,4 mln. in 2025.
Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van de liquide middelen en kortlopende schulden. 

De materiële vaste activa zijn gedaald met € 4,6 mln. Dit wordt veroorzaakt doordat de investeringen in 2025 zijn achtergebleven bij de investeringsplannen. Dit heeft een positieve invloed op de kasstroom, zie toename liquide middelen in de vorige alinea. De voornoemde onderuitputting is al langer een aandachtspunt. In 2026 volgt een actualisatie van het meerjaren onderhouds- en investeringsplan voor zowel huisvesting als overige materiële vaste activa, zoals investeringen op het gebied van digitalisering en innovatie. 

De vlottende activa zijn gestegen met € 0,7 mln. ten opzichte van 2024.  

Door het positieve resultaat neemt het eigen vermogen met € 0,8 mln. toe. Dit bedrag komt (per saldo) ten gunste van de algemene reserve. De publieke reserves nemen in 2025 toe als gevolg van het vormen van een bestemmingsreserve aanvullende middelen studentdaling MBO 2025-2027. 

De personeelsvoorzieningen nemen met € 0,8 mln. toe. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de CAO-stijging in 2025 van 5,1%.  

De langlopende schuldpositie neemt ten opzichte van 2024 af met € 3,0 mln. als gevolg van reguliere aflossingen.  

De kortlopende schulden zijn met € 5,2 mln. toegenomen, voornamelijk door vooruitontvangen subsidiegelden waarvan de activiteiten in het komende boekjaar worden uitgevoerd, en door de kosten voor de gevelrenovatie.

5.1.2 Treasury-verslag, vermogenspositie en kengetallen

5.1.2.1 Treasury-verslag

Het in november 2024 vastgestelde treasury-statuut is in overeenstemming met de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. 

Uitgangspunt van ons treasury-beleid is het waarborgen van de continuïteit van de kerntaak van het Alfa-college door het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s en het optimaliseren van de renteresultaten binnen de limieten en richtlijnen van het treasury-statuut. 

In dit beleid zijn onder andere de boven- en ondergrens en streefwaarde voor de solvabiliteit en de streefwaarde en signaleringswaarde voor de liquiditeit vastgelegd. Ook is het financieringsbeleid vastgelegd, waarbij het Alfa-college niet belegt in derivaten en alleen gebruik maakt van conventionele instrumenten en methodieken. Daarnaast is de administratieve organisatie beschreven en zijn de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasury-functie binnen het Alfa-college met de daarbij behorende bevoegdheden vastgelegd. 

Het Alfa-college voert een dusdanig financieel beleid en beheer dat het voortbestaan in financieel opzicht is gewaarborgd. De balansstructuur (solvabiliteit) vormt hiervoor o.a. een belangrijke ijkwaarde. In het treasury-statuut is hiervoor een ondergrens bepaald van 32% (exclusief voorzieningen). Het gerealiseerde percentage bedroeg ultimo 2025 48,3%. 

Wij hebben onze middelen op direct opneembare betaalrekeningen staan bij Nederlandse banken met een kredietwaardigheid > A, alsmede bij het Ministerie van Financiën (AAA). In de jaarrekening is in de toelichting op langlopende schulden een overzicht opgenomen van de lopende financieringen.

Liquiditeit ultimo

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Liquiditeit Liquiditeit norm (intern) Liquiditeit signaleringswaarde (Inspectie van het Onderwijs)
2025  1,12   1,00   0,75 
2024  1,02   1,00   0,75 
2023  0,93   1,00   0,75 

Solvabiliteit (excl. voorzieningen) ultimo boekjaar

In %

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Solvabiliteit (excl. voorz.) in % Solvabiliteit ondergrens Solvabiliteit bovengrens Solvabiliteit streefwaarde
2025 48,3% 32,0% 50,0% 45,0%
2024 49,4% 32,0% 50,0% 45,0%
2023 50,4% 32,0% 50,0% 45,0%

Solvabiliteit (incl. voorzieningen) ultimo boekjaar

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Solvabiliteit (incl. voorz.) in % Solvabiliteit ondergrens Solvabiliteit bovengrens Solvabiliteit streefwaarde
2025 55,5% 32,0% 50,0% 45,0%
2024 56,0% 32,0% 50,0% 45,0%
2023 56,9% 32,0% 50,0% 45,0%

5.1.2.2 Vermogenspositie

De ontwikkeling van het eigen vermogen over de afgelopen 3 jaren ziet er als volgt uit:

Categorie 2025 2024 2023
Algemene reserve  52.251   52.288   55.075 
Bestemmingsreserve Publiek  4.439   2.808   2.609 
Bestemmingsreserve Privaat  -   818   818 
Herwaarderingsreserve  -   -   - 
Statutaire reserve  1   1   1 
Totaal eigen vermogen (excl. NPO)  56.691   55.915   58.503 
Bestemmingsreserve Publiek NPO  -   -   - 
Totaal eigen vermogen (incl. NPO)*)  56.691   55.915   58.503 

Ingevolge de Wet Educatie en Beroepsonderwijs is het exploitatieresultaat, met uitzondering van de mutaties in de bestemmingsreserves, toegevoegd aan de algemene reserve. De bestemmingsreserves worden aangehouden voor vavo, cursusgeld en aanvullende middelen studentdaling MBO 2025-2027 (‘Krimpmiddelen’) (publiek) en Inburgering (privaat) per ultimo 2025 nihil. Het vermogen in de algemene reserve wordt aangehouden als continuïteitsreserve, ofwel een buffer voor mindere tijden en als vermogen voor investeringen op de lange termijn in nieuw te bouwen campussen.   

Door het positieve exploitatiesaldo 2025 is het eigen vermogen ten opzichte van 2024 toegenomen met € 0,8 mln.  

Dit positieve resultaat is als volgt verdeeld over de algemene reserve en bestemmingsreserves conform het voorstel tot resultaatbestemming dat is opgenomen in Deel B paragraaf 10 van dit geïntegreerd jaardocument. 

  • +/- € 0 mln. mutatie algemene reserve
  • +/+ € 1,6 mln. bestemmingsreserves publiek (vavo, cursusgeld, Krimpmiddelen) 
  • -/- € 0,8 mln. bestemmingsreserve privaat (inburgering) 

Naast het eigen vermogen is ook het vreemd vermogen onderdeel van onze vermogenspositie. Hieronder vallen de langlopende schulden en de voorzieningen. 

De langlopende schulden zijn, zoals te zien is in onderstaand overzicht, per saldo afgenomen met € 3,0 mln. Totaal is er voor € 0,7 mln. aan nieuwe verplichtingen aangegaan en -/- € 0,1 mln. overige mutaties. Tegenover de nieuw aangegane verplichtingen staat een aflossing van in totaal € 3,6 mln. De looptijd, rentevast periode alsmede het rentepercentage van de leningen is opgenomen in onderstaand overzicht.

Vreemd vermogen

Uitstaand vreemd vermogen rente-voet % Rente-vast t/m Looptijd t/m stand per
01-01-2025
aangegane leningen aflossing Overige mutatie stand per
31-12-2025
looptijd
<1 jaar
looptijd
1 - 5 jaar
looptijd
>5 jaar
Overige lang-lopende schulden                      
Ministerie van Financiën (574) 3,39% 24-09-2035 24-09-2035  4.300.000   -   430.000   -   3.870.000   430.000   1.720.000   2.150.000 
Ministerie van Financiën (575) 3,78% 03-09-2035 03-09-2035  3.166.667   -   316.667   -   2.850.000   316.667   1.266.668   1.583.332 
Ministerie van Financiën (3681) 0,10% 01-12-2028 01-12-2028  4.114.286   -   1.371.429   -   2.742.857   1.371.429   2.742.857   - 
Ministerie van Financiën (3303) 0,79% 01-07-2038 01-07-2038  11.050.000   -   850.000   -   10.200.000   850.000   3.400.000   6.800.000 
Capgemini 2,40% n/a n/a  806.880   759.899   656.318   98.079   812.382   662.761   812.382   - 
Uitstaand vreemd vermogen        23.437.833   759.899   3.624.414   98.079   20.475.239   3.630.857   9.941.907   10.533.332 

Het saldo van de voorzieningen ultimo 2025 is met een bedrag van afgerond € 0,8 mln. toegenomen ten opzichte van 2024. In de jaarrekening (deel B van dit geïntegreerd jaardocument) is in de toelichting op voorzieningen een specificatie en analyse opgenomen. De voorziening voor duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) is toegenomen met € 0,7 mln. De overige voorzieningen zijn per saldo toegenomen met € 0,1 mln.  

5.1.2.3. Kengetallen

Aantal studenten

Categorieën 2025 2024 2023
Aantal studenten BOL  7.379   7.434   7.413 
Aantal studenten BBL  3.380   3.372   3.604 
Aantal studenten totaal  10.759   10.806   11.017 
Aantal diploma's  3.932   3.865   3.902 

Kengetallen

Categorieën 2025 2024 2023
Aantal fte’s ultimo²  1.094,30   1.119,59   1.174,33 
P-aandeel (pers.kosten/totale baten) 75,5% 78,6% 81,1%
Solvabiliteit 1 (Eigen vermogen/totaal passiva) 48,3% 49,4% 50,4%
Solvabiliteit 2 (Eigen vermogen + voorzieningen/totaal passiva) 55,5% 56,0% 56,9%
Signaleringswaarde mogelijk bovenmatig eigen vermogen 54,0% 55,0% 55,0%
Rentabiliteit (resultaat/totale baten) 0,5% -1,7% -5,3%
Liquiditeit (vlottende activa /kortl.schulden)  1,12   1,02   0,93 
Huisvestingsratio (huisvestingslasten + afschrijving gebouwen & terreinen)/totale lasten)  0,11   0,10   0,10 
Investeringen x € 1 miljoen  3,80   4,80   12,21 

Toelichting bij kengetallen

Het totaal aantal ongewogen bekostigde studenten blijft stabiel ten opzichte van 2024. Het aantal verstrekte diploma’s in 2025 is eveneens gelijk gebleven.   

Ten opzichte van ultimo 2024 is het aantal fte’s ultimo 2025 met 25,3 fte afgenomen. Deze afname is met name het gevolg van de dalende studentenaantallen in het bekostigde onderwijs. Echter wordt deze afname wel geremd door de transitie naar andere onderwijsvormen (vavo, Educatie & Inburgering en LLO) en projecten. Zie voor een verdere analyse van de personeelsformatie o.a. de continuïteitsparagraaf. 

Hoewel het eigen vermogen in absolute zin stijgt, neemt de solvabiliteit licht af als gevolg van een toename van het balanstotaal. De rentabiliteit laat een positieve ontwikkeling zien conform het positieve exploitatieresultaat. Het Alfa-college heeft ultimo 2025 geen bovenmatig eigen vermogen en ligt met een ratio eigen vermogen van 0,54 ruim onder de door de Inspectie van het Onderwijs gestelde signaleringswaarde van 1,00.  

De liquiditeit stijgt ten opzichte van 2025 en ligt ruim boven de signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs. Ook ligt de liquiditeitsratio boven de interne eis ultimo 2025. Met het oog op de begrote resultaten zal de komende jaren nog voorzichtig worden omgegaan met grote investeringen. De huisvestingsratio laat een stabiele ontwikkeling zien vanaf 2023.  

Rentabiliteit ultimo

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Rentabiliteit (resultaat/tot.baten in %) Rentabiliteit begroot
2025 0,5% 0,1%
2024 -1,7% -1,5%
2023 -5,3% -3,3%

Aantal fte's ultimo

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Aantal FTE's ultimo Begroot
2025 1.093,30  1.090 
2024 1.119,59  1.050 
2023 1.174,33  1.087 

P-aandeel ultimo

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  P-aandeel (pers.kosten/tot. baten in %) P-aandeel begroting
2025 75,5% 75,4%
2024 78,6% 75,8%
2023 81,1% 76,1%
2022 78,1% 77,8%

5.1.3 Analyse van de verschillen tussen de realisatie en de begroting 2025

De begroting maakt onderdeel uit van onze beleidscyclus en betreft een financiële planning behorend bij de strategische doelen die we willen behalen. Hieronder wordt weergegeven in hoeverre de financiële realisatie afwijkt van de financiële planning gevolg door een toelichting per relevante categorie. Voor een nadere analyse verwijzen wij naar deel B hoofdstuk 9 (de jaarrekening) van dit geïntegreerd jaardocument.  

Een analyse van de verschillen tussen de realisatie 2025 en de begroting 2026 is terug te vinden in hoofdstuk 5.4.

Categorieën Begroting 2025 Werkelijk 2025 Verschil 2025
bedragen x € 1 mln.
3.1 Rijksbijdragen  128,1   131,9   3,8 
3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden  3,7   4,8   1,1 
3.3 Wettelijke college-, cursus- en examengelden  1,8   2,0   0,2 
3.4 Baten werk in opdracht van derden  10,7   10,7   - 
3.5 Overige baten  3,5   4,5   1,0 
       
4.1 Personeelslasten  111,4   116,1   4,7 
4.2 Afschrijvingen  8,9   8,5   -0,4 
4.3 Huisvestingslasten  9,2   10,7   1,5 
4.4 Overige lasten  18,0   18,3   0,3 
Saldo Baten en lasten uit de gewone bedrijfsvoering  0,3   0,3   0,0 
       - 
6 Financiële baten en lasten  -0,1   0,4   0,5 
8 Resultaat deelnemingen  -   0,1   0,1 
Saldo Baten en lasten uit de financiële bedrijfsvoering  -0,1   0,5   0,6 
       
Totaal Resultaat (incl. afrondingsverschil)  0,2   0,8   0,6 

Rijksbijdragen (+/+ € 3,8 mln.)

De Rijksbijdragen (3.1) zijn ten opzichte van de begroting hoger uitgevallen. In de begroting was rekening gehouden met een lager landelijk budget als gevolg van minder studenten in het mbo en een kleiner marktaandeel voor het Alfa-College (verschuiving BOL/BBL en een krimpregio). In de toename is begrepen de definitieve structurele looncompensatie van € 6 mln. Van dit bedrag heeft € 0,9 mln. betrekking op 2026. Ook zijn in 2025 krimpmiddelen toegekend van € 2 mln. Al deze wijzigingen zijn gedurende 2025 door het Ministerie bekend gemaakt en konden derhalve geen onderdeel uitmaken van de initiële begroting, maar betreft wel jaarlijks terugkerende baten. 

​Overheidsbijdragen/ subsidie overige overheden (+/+ 1,1 mln.)

De overige overheidsbijdragen zijn ten opzichte van de begroting € 1,1 mln. hoger uitgevallen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door meer Educatie-trajecten.

​Wettelijke college-/ cursus-/examengelden (+/+ € 0,2 mln.)

De Wettelijke college-, cursus-, en examengelden (3.3) zijn toegenomen als gevolg van een hoger tarief voor cursusgeld. 

​Baten werk in opdracht derden (+/- € 0,0 mln.)

De Baten werk in opdracht derden (3.4) zijn per saldo gelijk gebleven. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een toename van Inburgeringsactiviteiten en baten werk in opdracht van derden en een afname van LLO-activiteiten, dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. De baten werk in opdrachten van derden zijn o.a. gestegen ten opzichte van de begroting door de samenwerking met Drenthe College op het gebied van mbo Sport- en Bewegen en de vavo-convenanten. Dit betreft jaarlijks terugkerende baten.

​Overige baten (+/+ € 1,0 mln.)

De overige baten (3.5) nemen toe ten opzichte van de begroting. Deze toename is met name terug te zien in detachering personeel, kantineopbrengsten en overige. De detacheringen zijn toegenomen door de start van de Business School (samenwerking met Noorderpoort), waarbij onderwijzend personeel is gedetacheerd.  Dit betreft alle jaarlijks terugkerende baten.

​Personeelslasten (-/- € 4,7 mln.)

De totale personeelslasten (4.1) zijn fors toegenomen ten opzichte van de begroting. Hieronder vallen mede de kosten voor bruto lonen & salarissen welke zijn toegenomen met € 5,7 mln. als gevolg van meer personele inzet dan begroot. Dit om o.a. uitstroom op de middellange termijn als gevolg van pensioneringen op te vangen alsmede vanwege het behouden van ‘goed’ personeel dat momenteel moeilijk uit de markt te halen is. Ook zijn extra fte’s ingezet voor vakspecialistische docenten en voor inzet op projecten. Daarnaast is in 2025 volgens de CAO MBO een structurele salarisverhoging van 5,1% doorgevoerd. 

De overige personele lasten nemen per saldo af met € 1,0 mln. met name veroorzaakt door enerzijds een toename van de kosten voor personeel niet in loondienst en een toename dotatie aan de personele voorzieningen en anderzijds door een afname van de reis- en verblijfkosten, wachtgelduitkeringen en meer overige uitkeringen.

​Huisvestingslasten (-/- € 1,5 mln.)

De huisvestingslasten (4.3) stijgen ten opzichte van de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de (eenmalige) herstelkosten van de gevelbekleding (pand Bouma).

5.1.4 Vooruitblik en begroting 2026

 Het begrote exploitatieresultaat voor 2026 is € 0,1 mln. positief. In de meerjarenraming die was opgenomen in de continuïteitsparagraaf van ons geïntegreerd jaardocument 2024 gingen we voor 2026 uit van een resultaat van nagenoeg nihil. In de begroting zijn additionele middelen vrijgemaakt en opgenomen ten behoeve van de strategische speerpunten LLO, duurzaamheid, flexibilisering, vitaliteit en digitalisering. 

Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de significante verschillen in de baten en lasten tussen de realisatie 2025 en de begroting 2026.

Categorieën Begroting Werkelijk Verschil
bedragen x € 1 mln. 2026 2025  
3.1 Rijksbijdragen²  131,1   131,9   -0,8 
3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden  4,0   4,8   -0,8 
3.3 Wettelijke college- / cursus- / examengelden  1,8   1,9   -0,1 
3.4 Baten werk in opdracht van derden  14,0   10,7   3,3 
3.5 Overige baten  4,1   4,5   -0,4 
       
4.1 Personeelslasten²  114,2   116,1   -1,9 
4.2 Afschrijvingen  8,3   8,5   -0,2 
4.3 Huisvestingslasten  8,9   10,7   -1,8 
4.4 Overige lasten  23,5   18,2   5,3 
Saldo Baten en lasten uit de gewone bedrijfsvoering  0,1   0,3   -0,2 
       
6 Financiële baten en lasten  0,1   0,4   -0,3 
8 Resultaat deelnemingen    0,1   -0,1 
Saldo Baten en lasten uit de financiële bedrijfsvoering  0,1   0,5   0,4 
       
Totaal Resultaat (incl. afrondingsverschil)  0,2   0,8   0,6 

Rijksbijdragen (-/- € 0,8 mln.)

De Rijksbijdragen (3.1) nemen ten opzichte van 2025 in 2026 af. Dit wordt veroorzaakt door toename van de lumpsum in 2025 waarmee in de begroting 2026 nog geen rekening is gehouden. Zie Personeelslasten.

​Overheidsbijdragen (-/- € 0,8 mln.)

Ten opzichte van 2025 zullen de Overheidsbijdragen (3.2) afnemen met € 0,8 mln. De reden van deze afname heeft te maken met de verwachte afname in (educatie)subsidies van OCW en gemeenten. 

​Baten werk in opdracht van derden (+/+ € 3,3 mln.)

Ten opzichte van 2025 zullen de baten werk in opdracht van derden (3.4) toenemen met € 3,3 mln. De reden van deze toename heeft te maken met de verwachte toename in projecten, de toename in vavo-studenten en de toename in activiteiten in het kader van Educatie. In de begroting 2026 is de omzet uit LLO-activiteiten begroot op € 1,9 mln. (2025: € 1,5 mln.).

​Overige baten (-/- 0,4 mln.)

De overige baten (3.5) zullen naar verwachting gaan afnemen. Dit betreft het saldo van diverse toe- en afnames in de baten van onder andere detacheringen. 

​Personeelslasten (-/- € 1,9 mln.)

Ten opzichte van 2025 zullen de personeelslasten (4.1) naar verwachting afnemen met € 1,9 mln. als gevolg van een afname van fte’s (zie de Continuïteitsparagraaf). In de begroting 2026 is rekening gehouden met een CAO-stijging van 3,5% zowel onder de Rijksbijdragen als onder de personeelslasten. De werkelijke CAO-stijging in 2025 is uitgekomen op 5,1%3. Afgezien van voornoemd prijseffect is de formatiebegroting gebaseerd op het gewogen aantal bekostigde studenten per 1 februari 2025 met aanvullende formatie voor initieel onderwijs op basis van de studentenaantallen per 1 oktober 2025. 

​Huisvestingslasten (-/- € 1,8 mln.)

De huisvestingslasten (4.3) nemen af ten opzichte van 2025 als gevolg van de eenmalige renovatie van de gevelbekleding in 2025. 

​Overige lasten (+/+ € 5,3 mln.)

De overige lasten (4.4) zullen in 2026 gaan toenemen. Deze toename is het gevolg van indexaties op langlopende contracten voor levering en onderhoud, en kosten die samenhangen met de toename in projecten.

3Zie de toelichting onder voetnoot 2.

5.2 Risicomanagement

Strategisch risico- en kansenmanagement

Wij kijken vooruit om onze studenten en regio ook morgen goed onderwijs, cursussen en trainingen te bieden. Daarom verbinden we risico’s en kansen nadrukkelijk aan onze strategische keuzes en dagelijkse praktijk.

​Vooruitkijken en bijsturen

De wereld verandert snel. Digitale ontwikkelingen, zoals kunstmatige intelligentie, hebben direct invloed op ons onderwijs en onze organisatie. We kijken daarom niet alleen naar wat ons kan belemmeren, maar juist ook naar wat ons verder helpt. Met strategisch integraal risico- en kansenmanagement houden we grip en sturen we op tijd bij. Zo werken we gericht aan onze ambities, doelen en aan een toekomstbestendige organisatie.

We koppelen risico- en kansenmanagement aan thema’s die voor ons belangrijk zijn, zoals flexibilisering van leerroutes en duurzame en vitale campussen. Ook onderzochten we risico’s op het gebied van fraude, informatiebeveiliging en privacy. Daarnaast lieten we een scan uitvoeren op ons IT‑risicomanagement.

In 2025 was deze manier van werken een vast onderdeel van onze planning- en controlcyclus. Onze risicobereidheid is bewust laag. We leggen strategische risico’s en kansen vast in één systeem. Dat helpt ons om overzicht te houden, ontwikkelingen te volgen en samen te leren.

​Samen grip op

In 2025 zijn we gestart met het programma “Samen grip op” om onze organisatie sterker en voorspelbaarder te maken. Aanleiding was een extern onderzoek dat liet zien dat processen, informatie en rolverdeling niet altijd helder waren. Dat vroeg om gerichte actie.

Met “Samen grip op” werken we programmatisch aan herstel en verbetering. We brengen structuur aan in basisprocessen en versterken eigenaarschap, gedrag en samenwerking. Dit doen we samen met onze collega’s en met externe expertise. Zo bouwen we aan een organisatie die betrouwbaar stuurt en ruimte houdt voor goed onderwijs.

​Vacatures en continuïteit in bedrijfsvoering

In 2025 hadden we te maken met meerdere vacatures binnen bedrijfsvoering en specifiek binnen de controlketen. Wisselingen en tijdelijke invulling vergroten de druk op sturing en overdracht. Juist daarom investeren we in duidelijke processen, heldere rolverdeling en goed vastgelegde afspraken. Binnen “Samen grip op” versterken we de samenhang in de controlketen, zodat taken overdraagbaar blijven en kennis niet afhankelijk is van individuele personen.

​In control in de praktijk

Ons interne beheersings- en controlesysteem ondersteunt zowel het primaire proces als de bedrijfsvoeringsprocessen. Onze koers is uitgewerkt in heldere speerpunten. We volgen de voortgang met stuurinformatie en bespreken deze meerdere keren per jaar. Zo houden we zicht op resultaten en maken we samen keuzes.

De meerjarenbegroting geeft inzicht in de financiële effecten van beleid en ontwikkelingen en ondersteunt weloverwogen besluitvorming. We volgen de kwaliteit van opleidingen en examinering via dialoog en duidelijke indicatoren. Interne audits helpen ons om te blijven leren en verbeteren.

We werken met strategische personeelsplannen per regio en locatie en beschermen persoonsgegevens zorgvuldig. In 2026 zetten we verdere stappen in informatiebeveiliging en privacy, met sturing op veilige systemen en zorgvuldig werken.

​Belangrijkste risico’s en kansen

Het welzijn van studenten vraagt blijvende acties; mentale gezondheid heeft invloed op leren en ontwikkelen. Wij versterken daarom de studentbegeleiding zodat iedere student, zowel onderwijskundig als persoonlijk, op een passende manier begeleid wordt.

De krapte op de arbeidsmarkt raakt ook het mbo. We investeren in duurzame samenwerking en gerichte ontwikkeling van medewerkers.

In onze regio neemt het aantal initiële studenten af. We spelen hierop in door, in samenwerking met onze DNA-partners, kritisch te kijken naar ons gezamenlijke opleidingsaanbod en door in te zetten op leren en ontwikkelen voor andere doelgroepen (Leven Lang Ontwikkelen).

Bij de continuïteitsbeoordeling zijn tevens risico’s op het gebied van informatiebeveiliging en privacy betrokken, zie paragraaf 5.3 voor informatie over de beheersmaatregelen die we op dat vlak nemen.  

Voor de overige risico's verwijzen we naar H7 van deel B 'de jaarrekening'.

“Samen grip op” helpt ons om processen te vereenvoudigen, rollen te verduidelijken en informatie beter te benutten. Dit versterkt de continuïteit, vergroot het lerend vermogen en creëert ruimte voor ontwikkeling, innovatie en goed onderwijs voor onze studenten.  

De DNA-samenwerking biedt ons kansen om bedrijfsvoeringsprocessen slimmer en robuuster in te richten. Vanuit het principe Samen, tenzij… kijken we bij bedrijfsvoeringsprocessen eerst wat we gezamenlijk kunnen organiseren. Dit vergroot de kwaliteit, versterkt de continuïteit en vermindert de kwetsbaarheid bij vacatures of wisselingen. Door kennis te delen, processen te harmoniseren en waar mogelijk passend samen te werken, bouwen we aan een sterkere en meer wendbare bedrijfsvoering.

​Continuïteit

Het bestuur heeft de continuïteit van de instelling beoordeeld, mede op basis van de strategische risicoanalyse, de meerjarenbegroting en de liquiditeitsprognoses. Deze beoordeling ziet op een periode van ten minste twaalf maanden na balansdatum en is uitgevoerd in samenhang met het gevoerde en voorgenomen beleid. Op grond hiervan concludeert het bestuur dat de continuïteit van de instelling voor deze periode is gewaarborgd. Er zijn geen materiële onzekerheden geïdentificeerd die significante twijfel oproepen over het vermogen van de instelling om haar onderwijsactiviteiten duurzaam voort te zetten. 

Bij de beoordeling van de continuïteit is nadrukkelijk gekeken naar risico’s die, indien zij zich voordoen, een materieel effect kunnen hebben op de financiële positie en bestuurbaarheid van de organisatie. Het betreft onder meer ontwikkelingen in studentenaantallen en de daarmee samenhangende bekostiging, kostenontwikkelingen binnen de bedrijfsvoering en de beschikbaarheid van voldoende liquiditeit en reserves. Deze financiële continuïteitsrisico’s worden gemitigeerd door het werken aan verbetering van de planning‑ en controlcyclus, periodieke actualisering van de meerjarenbegroting en actieve monitoring van liquiditeits- en resultatenontwikkelingen. Het weerstandsvermogen wordt daarbij toereikend geacht in verhouding tot de geïdentificeerde risico’s. 

Naast financiële risico’s zijn ook organisatorische risico’s betrokken in de continuïteitsbeoordeling, waaronder de kwetsbaarheid in de controlketen en afhankelijkheid van sleutelposities binnen de bedrijfsvoering. Met het programma Samen grip op werkt de instelling gericht aan het versterken van basisprocessen, het verduidelijken van rollen en verantwoordelijkheden en het vergroten van overdraagbaarheid van werkzaamheden en kennis. Daarnaast draagt de samenwerking binnen de DNA‑partners bij aan het robuuster inrichten van bedrijfsvoeringsprocessen en het verminderen van kwetsbaarheid bij vacatures of wisselingen. 

Niet alle strategische risico’s hebben een direct effect op de continuïteit van de instelling. Het bestuur maakt daarom expliciet onderscheid tussen algemene strategische risico’s en risico’s die een materiële invloed kunnen hebben op de voortzetting van de organisatie. De in deze paragraaf beschreven risico’s vallen in die laatste categorie. De continuïteitsbeoordeling maakt structureel onderdeel uit van de planning‑ en controlcyclus en wordt periodiek besproken binnen het College van Bestuur en met de Raad van Toezicht. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de continuïteit worden tijdig gesignaleerd en, indien nodig, vertaald naar aanvullende beheersmaatregelen.

5.3 Notitie Helderheid

De notitie Helderheid 2004 geeft aan de hand van acht thema’s duidelijkheid over de interpretatie en toepassing van de bekostigingsregels. Per thema leggen we verantwoording af over de wijze waarop we de bekostigingsregels hebben toegepast.

Thema 1: Uitbesteding

 Vanaf studiejaar 2024/2025 heeft het Alfa-college onderwijstaken uitbesteed op het gebied van onderwijs ten aanzien van specialistische vakken binnen het domein Mechanische Techniek in Hardenberg. De reden hiervoor is een tijdelijke krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het werven van gekwalificeerd personeel met de vereiste expertise binnen deze specialisatie tijdelijk niet mogelijk was. 

Om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te waarborgen, is ervoor gekozen om delen van het onderwijsprogramma te laten verzorgen door een andere ROC-instelling: ROC van Twente. Deze partij beschikt over erkende expertise in het vakgebied en ervaring met het verzorgen van onderwijs op mbo-niveau voor de vakinhoudelijke vakken. De algemeen vormende vakken worden nog uitgevoerd door het Alfa-college. Ook blijft het examenreglement van het Alfa-college van toepassing. 

De uitbesteding is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst waarin duidelijke afspraken zijn gemaakt over de inhoud, kwaliteitseisen, toetsing en verantwoordelijkheid. De studenten blijven ingeschreven bij het Alfa-college en het Alfa-college blijft eindverantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit en toetsing, conform de wettelijke kaders. 

De uitvoering wordt gemonitord door de opleidingsmanager, met regelmatige evaluaties en inhoudelijke afstemming tussen de externe docenten en het interne onderwijsteam. 

De totale financiële omvang van deze uitbesteding bedroeg in het verslagjaar € 113.354. 

​Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten

De Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten 2025 is op 9 april 2025 in werking getreden. De beleidsregel beschrijft de voorwaarden waaronder bekostigde mbo-instellingen met publieke middelen mogen investeren in private activiteiten. Het doel is om onrechtmatige besteding van publieke middelen te voorkomen en om de concurrentieverhouding tussen mbo-instellingen en ondernemingen zo gelijk mogelijk te houden. Deze beleidsregel vervangt de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten van 15 april 2021.  

Het Alfa-college zet publieke middelen in voor private niet-bekostigde activiteiten die bijdragen aan het realiseren van ons onderwijs. Deze activiteiten moeten een meerwaarde hebben voor onze studenten. We voldoen daarmee aan de voorwaarde dat private activiteiten in lijn zijn met en meerwaarde opleveren voor de bekostigde wettelijke taak.  

In tegenstelling tot vorig boekjaar rubriceren wij vanaf boekjaar 2025 baten uit hoofde van LLO onder private activiteiten. Hoewel wij het als onze publieke taak zien om de regionale arbeidsmarkt te ontwikkelen en daar vanuit onze maatschappelijke opdracht een bijdrage aan te leveren, past het Alfa‑college, om eenduidigheid binnen DNA-verband te bevorderen, vanaf 2025 de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten volledig toe. Dat betekent dat onze activiteiten rond Leven Lang Ontwikkelen (LLO) in de jaarrekening als privaat worden verantwoord. Tegelijkertijd zien wij LLO nadrukkelijk als publieke taak, omdat deze activiteiten direct bijdragen aan vakmanschap, regionale ontwikkeling en brede inzetbaarheid.
De huidige wet‑ en regelgeving sluit nog onvoldoende aan bij deze praktijk. De recente verkenning van OCW bevestigt dat LLO zich richting het publieke domein beweegt, maar dat juridische keuzes nog uitstaan. Samen met andere instellingen blijven wij dit onderwerp daarom landelijk agenderen. 

De detacheringsopbrengsten hebben wij als Alfa-college gesplitst in een privaat en publiek gedeelte. Het gedeelte wat als publiek is aangemerkt betreft detacheringen die toezien op (de ontwikkeling van) gezamenlijke leerroute(s). 

Voor de activiteiten die we aanbieden aan derden maken we gebruik van een calculatiemodel met de integrale kostprijs als uitgangspunt. We passen hierbij bedrijfseconomische principes toe en baseren de berekening op een realistische raming van kosten. Op deze manier wil het Alfa-college de activiteiten kostendekkend uitvoeren. Financiële resultaten van private activiteiten waarbij publieke middelen zijn ingezet voegen we toe aan of brengen we ten laste van het publieke eigen vermogen. We monitoren de financiële resultaten van (private) activiteiten en leggen verantwoording hierover af in specifieke rapportages. 

In onderstaande overzicht verantwoorden we de niet-bekostigde activiteiten die we op basis van ons inhoudelijk assessment, de beleidsregel en opvolgende correspondentie van OCW hebben onderkend. Hierbij hebben we enkel de activiteiten met een bate groter dan € 100.000 onderkend. 
De private activiteiten zijn onderdeel van de baten werk in opdracht van derden (€ 10,7 mln., waarvan € 4,0 mln. privaat; 2024: € 8,8 mln. waarvan € 2,6 mln. privaat) en Overige baten (€ 4,5 mln., waarvan € 2,3 mln. privaat; 2024: € 4,4 mln. waarvan € 2,0 mln. privaat). 

De overige baten werk in opdracht van derden (€ 0,4 mln.) betreffen een groot aantal verschillende activiteiten waarvoor baten worden ontvangen van onderwijsinstellingen, gemeenten, zorginstellingen, MBO-raad, etc. voor resterende niet-zijnde publiek verleende diensten. Deze groep activiteiten is hieronder, vanwege de grote diversiteit en geringe financiële omvang per activiteit, verder niet toegelicht.

Baten werk in opdracht van derden Totaal 2025 Publiek Privaat Overig
LLO  1.486.360     1.486.360   
Inburgering  2.072.876     2.072.876   
Overige baten werk in opdracht van derden  7.113.266       
bestaande uit:        
VAVO    2.558.834     
Projecten    3.698.898     
Werk derden    333.323   409.571   93.750 
Overig      18.889   
Totaal Baten werk in opdracht van derden 10.672.501 6.591.056 3.987.696 93.750
Overige baten Totaal 2025 Publiek Privaat Overig
Opbrengst verhuur  313.114     313.114   
Detachering personeel  2.143.168   1.271.109   872.059   
Deelnemersbijdragen  432.758   432.758     
Kantine  963.395     963.395   
Omzetbelasting  89.169       89.169 
Excursies  261.722   261.722     
Overig  294.231       
bestaande uit        
Overige vergoedingen        147.696 
Opbrengst winkel/salon/etc.      146.535   
Totaal Overige baten 4.497.556 1.965.588 2.295.103 236.865
LLO 
Omvang van de baten (privaat)  € 1.486.360 (2024: € 1.611.357) 
Omvang investering publieke middelen  € 2.045.820 (2024: € 2.016.733) 
Beschrijving investering publieke middelen   Er wordt inzake LLO gedeeltelijk geïnvesteerd met publieke middelen. Ingezet personeel wordt vrijgemaakt voor LLO, maar gebruik van ruimtes wordt doorbelast vanuit de publieke taak. De contracten, die voorafgaand opgesteld worden, zijn voorzien van integrale kostprijscalculaties inclusief risico-opslag. Dit geldt ook voor overheadkosten. 
Risicobeleid en beheer  De baten en lasten worden gepland en gemonitord in de P&C cyclus, waarmee grip wordt gehouden op financiën en doelstellingen.  
Juridische en organisatorische inbedding  De contractactiviteiten LLO worden op de markt gebracht vanuit de verkooporganisatie DNA Next in samenwerking met het Alfa-college en DCTerra. Uitvoering vindt plaats binnen de scholen van Noorderpoort onder verantwoordelijkheid van een directeur. 
Meerwaarde publieke investering   Alfa-college wil met het LLO-aanbod haar relatie met bedrijven en instellingen in de regio verstevigen. Deze, op vraag van bedrijven/instellingen ontwikkelde trajecten, vergroten de knowhow (kennis) van medewerkers van Alfa-college over innovaties in de branches. Verder geven ze direct een positieve boost aan de kwaliteit van het reguliere BBL- en BOL-onderwijs. 
Inburgering 
Omvang van de baten (privaat)  € 2.072.876 (2024: € 2.271.243) 
Omvang investering publieke middelen  € 2.072.876 (2024: € 2.418.306) 
Beschrijving investering publieke middelen   Er wordt inzake inburgering gedeeltelijk geïnvesteerd met publieke middelen. Ingezet personeel wordt specifiek ingehuurd voor Inburgering, maar gebruik van ruimtes worden doorbelast vanuit de publieke taak. Ook voor overheadkosten wordt gebruik gemaakt van een opslag op basis van de integrale kostprijs.  
Risicobeleid en beheer  De baten en lasten worden gepland en gemonitord in de P&C cyclus, waarmee grip wordt gehouden op financiën en doelstellingen. Voor inburgering is er een private bestemmingreserve van toepassing. 
Juridische en organisatorische inbedding  De activiteiten vallen onder de juridische verantwoordelijkheid van het Alfa-college en worden apart geadministreerd. De uitvoering en invulling is de verantwoordelijkheid van een afzonderlijke organisatie-eenheid. 
Meerwaarde publieke investering   De activiteit sluit aan bij de maatschappelijke opdracht en onze strategische visie. 
Werk derden 
Omvang van de baten (privaat)  € 409.571 (2024: € 247.122) 
Omvang investering publieke middelen   € 409.571 (2024: € 247.122) 
Toelichting  De post baten werk derden bestaat uit meerdere, kleinere opdrachten of ontvangsten van derden (bedrijven en/of overheidsinstellingen). De werk derden hebben geen subsidiabel karakter en de baten bestaan voor het private gedeelte voornamelijk uit ondersteuningsactiviteiten 
Beschrijving investering publieke middelen   Voor de activiteiten uit hoofde van baten werk derden wordt voor het uitvoeren ervan gebruik gemaakt van personele inzet. De inzet van uitvoerend personeel gebeurt tegen kostprijs. 
Risicobeleid en beheer  Private activiteiten worden getoetst aan de voorwaarden van de beleidsregel. De (publieke) investeringen worden gepland en gemonitord in de P&C cyclus, waarmee grip wordt gehouden op financiën en doelstellingen. 
Meerwaarde publieke investering   Een groot deel van de activiteiten richt zich op dienstverlening, waarbij de deelname van derden wordt gevraagd. De financiële vergoedingen voor de diensten worden beschouwd als een bijdrage aan de uitvoering van het bekostigde onderwijs.  
Verhuur van ruimtes, lokalen, etc. 
Omvang van de baten (privaat)  € 313.114 (2024: € 128.862) 
Omvang investering publieke middelen   € 313.114 (2024: € 128.862) 
Beschrijving investering publieke middelen   De investering van publieke middelen bestaat uit het beschikbaar stellen van roerend en onroerend goed.  
Risicobeleid en beheer  Verhuur van ruimtes voor contractactiviteiten gebeurt op basis van het kostprijsmodel; voor overige verhuur wordt hier ook gebruik van gemaakt. Betreft contracten voor bepaalde tijd, dus niet structureel van aard. 
Meerwaarde publieke investering   Het verhuren van ruimtes heeft tot gevolg dat bedrijven en andere instellingen ‘in huis’ worden gehaald. Dit zorgt ervoor dat een onderwijsinstelling zijn relatie met werkgevers in de regio kan versterken, waardoor er mogelijk meer stageplaatsen en/of leerwerkplaatsen beschikbaar komen. Een intensievere samenwerking met werkgevers in de regio kan ook leiden tot meer en beter inzicht in de behoeften van werkgevers zodat het onderwijs daarop kan worden aangepast. Daarnaast wordt de doelmatigheid van het gebruik van gebouwen en materialen bevorderd. 
Detachering 
Omvang van de baten (privaat)  €  872.059 (2024: € 852.852) 
Toelichting   Betreft overdracht van kennis (onderwijs) en met name ondersteuning bij taken van andere (publieke) instellingen of in samenwerkingsverband met andere onderwijsinstellingen. 
Omvang investering publieke middelen   €  872.059 (2024: € 852.852) 
Beschrijving investering publieke middelen   Inzet van uitvoerend personeel tegen kostprijs, verhoogd met btw.  
Risicobeleid en beheer  Betreft detacheringsovereenkomsten voor bepaalde tijd, dus niet structureel van aard. Richtlijn is dat de gedetacheerde wordt bezoldigd conform de cao mbo, inclusief een opslag voor de werkgeverslasten. Per nieuwe detacheringsovereenkomst en/of verlenging worden tarieven vastgelegd en het doel van de detachering bepaald. Het financieel kader voor deze activiteiten is dat ze minimaal resultaatneutraal moeten zijn. Daarbij wordt als uitgangspunt de btw-wetgeving gevolgd omtrent vrijgestelde en belaste detachering en de bijbehorende toe te rekenen kosten. 
Meerwaarde publieke investering   Detachering van personeel, in welke vorm dan ook, kan leiden tot een grotere deskundigheid van docenten en wanneer die deskundigheid ook voor de bekostigde wettelijke taak kan worden benut, is er sprake van meerwaarde. Daarnaast bevordert het de persoonlijke en professionele ontwikkeling en  daarmee de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het werken in de mbo-sector. 
Exploitatie kantine 
Omvang van de baten (privaat)  €  963.395 (2024: € 963.750) 
Omvang investering publieke middelen  € 1.059.990 (2024: € 1.088.613) 
Beschrijving investering publieke middelen   Kostprijs van de omzet 
Risicobeleid en beheer  Ten behoeve van de prijszetting maken we gebruik van kostprijsberekeningen. 
Juridische en organisatorische inbedding  De activiteiten vallen onder de juridische verantwoordelijkheid van het Alfa-college en worden apart geadministreerd. De uitvoering en invulling is de verantwoordelijkheid van de facilitaire dienst. 
Meerwaarde publieke investering   Exploitatie van de kantine levert een meerwaarde op voor het bekostigde onderwijs. Het versterkt de onderlinge verbinding; we leren elkaar beter kennen in de werk- en leergemeenschap die we vormen. Wanneer docenten en studenten gebruik kunnen maken van de voorzieningen van een kantine (broodjes, sappen en zuivel) dan leidt dat tot een betere motivatie en prestatie. 
Exploitatie BPV (leerwerkbedrijven) 
Omvang van de baten (privaat)  € 146.535 (2024: € 147.841) 
Omvang investering publieke middelen   € 114.878 (2024: € 109.353) 
Beschrijving investering publieke middelen   Studenten gebruiken voor de uitvoering van hun praktijkonderwijs materieel en leermiddelen. Het onderwijs in leerwerkbedrijven is een integraal onderdeel van het reguliere onderwijs. Het is niet eenduidig om de investering met publieke middelen op te knippen in een publiek en privaat deel. De keuze is gemaakt om enkel de materiële kosten als publieke investering in deze private activiteit aan te merken. De met het leerwerkbedrijf gemoeide personele inzet is daarmee volledig als publieke taak gekwalificeerd. 
Risicobeleid en beheer  Private activiteiten worden getoetst aan de voorwaarden van de beleidsregel. De (publieke) investeringen worden gepland en gemonitord in de P&C cyclus, waarmee grip wordt gehouden op financiën en doelstellingen. 
Meerwaarde publieke investering   Praktijkonderwijs en beroepspraktijkvorming, waaronder leerwerkbedrijven, zijn een belangrijk onderdeel van het kwalificatiedossier. Een groot deel van de activiteiten richt zich op dienstverlening, waarbij de deelname van derden wordt gevraagd. Een ander deel richt zich op de doelmatige bedrijfsvoering, zoals de verkoop van een product voortkomend uit het praktijkonderwijs. De financiële vergoedingen voor ontwikkelde producten en diensten, of de marge op een ingekocht product, worden beschouwd als een bijdrage aan de uitvoering van het praktijkonderwijs. Daarnaast zijn het extra faciliteiten voor medewerkers en studenten wat de tevredenheid bevorderd, en maakt de zichtbaarheid van de leerbedrijven studenten enthousiast om werkervaring op te doen. 

Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen

Het kan voorkomen dat studenten ingeschreven worden voor een beroepsopleiding bij het Alfa‑college, waarbij ze recht hebben op één of meer vrijstellingen voor(een) examen‑onderde(e)l(en). Deze vrijstelling(en) word(t)(en) niet meegeteld als onderwijsinspanning m.b.t. de (klok)urennorm. Een inschrijving die niet aan de wettelijke (klok)urennorm voldoet wordt niet meegeteld voor inputbekostiging. Het onderwijsprogramma wordt daar waar mogelijk zodanig gecomprimeerd, zodat de student op een goede wijze zijn opleiding kan volgen, en wel voor bekostiging in aanmerking kan komen, als aan de bekostigingsvoorwaarden wordt voldaan.
Afhankelijk van de inspanning wordt het diploma dat wordt uitgegeven, als gevolg van deze inschrijving, eventueel wel voor bekostiging aangemerkt.
Voorgaande gedragsregels zijn opgenomen in een interne gedragscode.

​Thema 4: Les- en cursusgeld niet betaald door de student zelf

Binnen het Studenten Service Centrum (SSC) van het Alfa-college is d.m.v. een interne procedure vastgelegd dat de student er schriftelijk toestemming voor moet geven, door middel van het afgeven van een cursusgeldverklaring, als het cursusgeld van een student wordt betaald door een derde (veelal werkgever). De controle op aanwezigheid van een cursusgeldverklaring is onderdeel van de jaarlijkse interne controles die uitgevoerd worden door de Studentenadministratie. 

​Thema 5: In- en uitschrijving en inschrijving van studenten in meer dan één opleiding tegelijk

Studenten mogen slechts éénmaal per schooljaar voor inputbekostiging bij ROD worden aangemerkt. Het komt echter voor dat studenten gelijktijdig worden ingeschreven voor meerdere opleidingen. Centraal vindt een controle plaats waarbij bekostiging van meervoudige inschrijvingen wordt uitgesloten. 

Het komt ook voor dat studenten kort na inschrijving worden uitgeschreven. Het is niet te vermijden dat studenten in bepaalde omstandigheden relatief snel de instelling verlaten. De uitstroom in oktober 2025 van bekostigde studenten voor het schooljaar 2025/2026 betreft 32 studenten. Het betreft 8 uitschrijvingen waarbij de student is gestart met een opleiding bij een andere mbo-instelling, 8 uitschrijvingen door diplomeren en 16 uitschrijvingen zonder diploma. 

Het is gewenst dat wordt gestimuleerd dat studenten, ingeschreven bij educatie (voor deze studenten wordt door de gemeente een overeenkomst afgesloten met een instelling om educatie-onderwijs te verzorgen) een beroepsopleiding gaan volgen. Het gaat onder andere om anderstalige studenten die nog niet zelfstandig het volledige beroepsopleidingsprogramma kunnen volgen in verband met hun taalniveau Nederlands of om autochtone studenten die door middel van dit programma met extra ondersteuning toch onderdelen van een beroepsopleiding op deze manier kunnen blijven volgen. Het beroeps opleidende deel van het programma vindt plaats op de beroepsopleiding. Deze studenten zijn ingeschreven op het crebo-nummer behorend bij de beroepsopleiding die zij volgen. 

​Thema 6: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven

Studenten aan een beroepsopleiding binnen het Alfa-college worden conform werkelijkheid ingeschreven.
In het schooljaar 2025-2026 zijn van de tellingpopulatie van 1 oktober 2025 circa 407 studenten ‘omgezwaaid’. Deze studenten zijn op de volgende wijze onderverdeeld:  

  • 318: wijziging opleiding, dezelfde leerweg 
  •   12: wijziging opleiding en leerweg naar BOL 
  •  22: wijziging opleiding en leerweg naar BBL 
  •   21: wijziging leerweg naar BOL 
  •   34: wijziging leerweg naar BBL 

Deze meting is gebaseerd op de gegevens t/m 2 april 2026. De tellingpopulatie van 1 oktober 2025 heeft een grootte van 10.759 bekostigde studenten. 

​Horizontale stapeling:

Een instelling mag per student in een kalenderjaar maar één diploma voor bekostiging meetellen (horizontale stapeling). Centraal wordt een eindcontrole in het studentenregistratiesysteem uitgevoerd waardoor bekostiging van meervoudige diplomering binnen een kalenderjaar wordt uitgesloten.

​Verticale stapeling:

Verticale stapeling wordt voorkomen omdat studenten Alfa-college breed, bij de intake in de meest geschikte opleiding, met het meest geschikte opleidingsniveau worden ingeschreven. 

Studenten worden in de meeste gevallen ingeschreven op basis van hun vooropleiding. Bij wijze van uitzondering (maatwerk) wordt van de regels m.b.t. toelaatbaarheid afgeweken. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het beleid omtrent Bijzondere Toelating. 

​Correcties op de outputbekostiging:

In het kalenderjaar 2025 zijn in het totaal 3.932 diploma’s uitgereikt. Hiervan zijn 68 diploma’s niet voor bekostiging in aanmerking gebracht, aangezien deze populatie een extra diploma op dezelfde datum met hetzelfde niveau heeft gehaald.

​Thema 7: Bekostiging van maatwerktrajecten ten behoeve van bedrijven

Binnen het Alfa-college is in een procedure met betrekking tot het opstellen van een offerte (het zogenaamde ‘offerte-traject’) het volgende vastgelegd: “In een overeenkomst die afgesloten wordt met een bedrijf of organisatie wordt vastgelegd wat wordt geleverd, tegen welke prijs, of er al dan niet sprake is van lumpsum bekostiging en of er eventueel cursusgeld verschuldigd is.” 

Maatwerktrajecten zijn Crebo gerelateerde trajecten waarbij een derde - een bedrijf of een andere organisatie - een bijdrage betaalt voor het op maat snijden van trajecten voor het eigen personeel. 

In 2025 zijn er 98 maatwerktrajecten uitgevoerd waarbij een bijdrage is ontvangen van bedrijven of organisaties voor het op maat maken van het traject.

​Thema 8: Buitenlandse studenten en onderwijs in het buitenland

Het Alfa-college verzorgt geen onderwijs in het buitenland, met uitzondering van buitenlandse stages (beroepspraktijkvorming) van studenten. Wij hanteren voor buitenlandse studenten de Koppelingswet-procedure. Dit betekent dat wij uitsluitend buitenlandse studenten, die rechtmatig in Nederland verblijven, meetellen voor onze bekostiging.

Informatiebeveiliging en privacy

Het Alfa-college bevindt zich in een veranderend en complex digitaal landschap waarin onderwijscontinuïteit, gegevensbescherming en verantwoord gebruik van technologie steeds nadrukkelijker onder druk staan. Cyberaanvallen nemen toe en worden professioneler uitgevoerd, mede door de inzet van geavanceerde "tooling" en kunstmatige intelligentie. Tegelijkertijd neemt de wettelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen toe, onder meer door aangescherpt toezicht op de naleving van de AVG en de gefaseerde inwerkingtreding van de Europese AI verordening (AI Act). 

Het Alfa-college werkt sinds meerdere jaren structureel aan het versterken van de informatiebeveiliging en privacybescherming. De organisatie hanteert een risico gebaseerde aanpak en neemt actief deel aan sector brede initiatieven zoals het programma Cyberveiligheid mbo van MBO Digitaal en samenwerkingen met SURF en regionale partners (o.a. binnen de “DNA”-samenwerking). Deze samenwerking is noodzakelijk: de aard en schaal van hedendaagse dreigingen overstijgen de weerbaarheid van individuele instellingen.

​Informatiebeveiliging

Het Alfa-college werkt risico gebaseerd aan informatiebeveiliging en gebruikt het toetsingskader Informatiebeveiliging van de Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants (NBA) als leidraad voor volwassenheidsontwikkeling. Het streefniveau is een minimaal volwassenheidsniveau van 3. 

Daarbij ligt de nadruk op verdere versterking van: 

  • Governance en eigenaarschap;
  • integraal risicomanagement, inclusief keten- en leveranciersrisico’s;
  • structurele compliance en aantoonbaarheid richting audits en toezicht.

Naast preventie is aandacht voor voorbereiding en veerkracht essentieel. Daarom neemt het Alfa-college deel aan cybercrisis en weerbaarheidsoefeningen, waaronder sector brede initiatieven zoals OZON, om besluitvorming, communicatie en herstelcapaciteit te testen. 

​Privacy (AVG)

Privacybescherming is onlosmakelijk verbonden met informatiebeveiliging. Het Alfa-college gebruikt het privacy toetsingskader van SURF om de volwassenheid van privacy processen te meten en te verbeteren. 

Belangrijke accenten hierbij zijn: 

  • tijdige en kwalitatief goede uitvoering van DPIA’s; 
  • structureel datalekmanagement en meldprocedures; 
  • privacy by design bij de inzet van nieuwe (digitale) onderwijstoepassingen;
  • awareness van medewerkers, studenten en gasten; 
  • borging van de onafhankelijke rol en adviserende positie van de FG. 

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft het toezicht en de handhaving de afgelopen jaren geïntensiveerd, mede vanwege de inzet van algoritmen en AI in het onderwijs. Dit geeft het belang aan van zorgvuldige afweging, transparantie en documentatie.

​AI en gegevensbescherming

Het is noodzakelijk dat het AI gebruik expliciet wordt opgenomen in het Informatiebeveiliging en Privacy domein, met aandacht voor transparantie, menselijke controle, risicobeoordeling en AI-geletterdheid van medewerkers. 

Momenteel is het Alfa-college bezig met de implementatie van de AI Act. 

De eerste onderwerpen die worden aangepakt zijn: 

  • inventarisatie van AI-toepassingen;
  • classificatie van de risico's van de AI-toepassingen; 
  • het opstellen en vaststellen van procedures en gebruikskaders; 
  • training van medewerkers in verantwoord AI gebruik. 

5.4 Continuïteitsparagraaf

In dit hoofdstuk kijken we zowel terug als vooruit op de voor het Alfa-college relevante onderwerpen in relatie tot de continuïteit. Aan bod komen de verwachte ontwikkelingen op het gebied van (bekostigde) studentenaantallen, personele bezetting, huisvesting en van investeringen. Weergegeven wordt welke impact deze ontwikkelingen hebben op onze meerjaren-balans en de staat van baten en lasten alsmede op de financiële kengetallen. 

Voor onze belangrijkste risico’s en onzekerheden en hoe we ons interne risicobeheersings- en controlesysteem daarop hebben afgestemd, verwijzen we naar hoofdstuk 5.2 van dit jaarverslag. Specifiek voor het onderwerp informatiebeveiliging en privacy verwijzen we verwijzen we naar hoofdstuk 5.3.

​Ontwikkeling studentenaantallen

In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het aantal ongewogen bekostigde studenten in de beroepsopleidingen in de periode 2025 tot en met 2028 weergegeven. De aantallen 2025 zijn gebaseerd op de teldatum 1 oktober 2025. De prognoses voor de jaren na 2025 zijn bepaald op grond van de referentieraming mbo.

Ontwikkeling studentenaantallen 2025 2026 2027 2028
procentuele ontwikkeling -0,4% 1,8% 0,0% -1,1%
aantal ongewogen bekostigde studenten 10.759 10.951 10.952 10.832

In het Geïntegreerd Jaardocument 2023 is reeds aangegeven dat de verwachting was dat de daling van het aantal studenten in het beroepsonderwijs in de komende jaren zich zou voortzetten. Na een stijging in 2026 van 1,8% ten opzichte van 2024 en een nagenoeg dezelfde geprognosticeerde studentenaantallen in 2027 zet de daling in 2028 in (-1,1% t.o.v. 2027).
De verwachting is dat een daling van het aantal studenten de komende jaren op basis van de demografische ontwikkelingen zich verder zal ontwikkelen tot een afname van -1,7% in 2028 ten opzichte van 2023. 

Voor het vavo is het lastiger om de verwachte ontwikkeling van de studentenaantallen vast te stellen. Veel van de studenten komen voor een traject van een jaar of korter. Op de instroom van studenten in deze trajecten hebben we weinig invloed. De instroom in de vavo-opleidingen wordt voor een belangrijk deel bepaald door de examenresultaten in het reguliere vo. De verwachting is dat de studenten-aantallen vavo de komende jaren stabiel blijft. 

We verwachten de komende jaren een positieve ontwikkeling op het gebied van Leven Lang Ontwikkelen, door de vraag vanuit het werkveld te koppelen aan zowel certificeerbare als niet-certificeerbare eenheden. Zo kunnen ook volwassenen, zowel werkenden als werkzoekenden, zich betekenisvol ontwikkelen door gedeelten van opleidingen te volgen. Om dit zo efficiënt mogelijk te kunnen doen, wordt de komende jaren toegewerkt naar één gezamenlijke organisatie voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO), waarin verkoop, uitvoering en dienstverlening beter op elkaar worden afgestemd. 
Het doel is efficiënter te werken, sneller in te spelen op vragen van klanten en de samenwerking met de ROC’s te versterken. Deze verwachte groei is mede afhankelijk van wetgeving ten aanzien van de publieke opdracht voor het mbo. 

We verwachten de komende jaren jaarlijks een toename van het aantal LLO-deelnemers. Op deze manier kunnen we de bedrijfseconomische effecten, als gevolg van de daling van het aantal bekostigde studenten, opvangen en de continuïteit op de lange termijn waarborgen. Ook heeft LLO op die manier een regiofunctie door de arbeidsmarkt te versterken en de werkloosheid te verlagen. 

​Ontwikkeling personele bezetting

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de begrote formatie per personeelscategorie zich in 2026 tot en met 2028 ontwikkelt, afgezet tegen de inzet 2025. De formatie 2025 betreft de stand ultimo kalenderjaar en voor de jaren 2026 t/m 2028 betreft het de gemiddelde inzet in fte gedurende het jaar.

  Werkelijk Begroting Begroting Begroting
Personeelscategorie 2025 2026 2027 2028
Management  49,0   49,0   47,0   46,0 
Fte onderwijsgevend personeel (OP)  688,4   680,0   675,0   675,0 
Fte ondersteunend- en beheerspersoneel (OBP)  355,9   350,0   346,0   345,0 
Totale formatie  1.093,3   1.079,0   1.068,0   1.066,0 

Ondanks een verwachte kleine stijging in 2026 is de meerjarenverwachting dat de studentenaantallen de komende jaren teruglopen. We houden daarom voor zowel OP als OBP rekening met een daling van het aantal fte’s. In de prognose voor 2026 gaan we uit van een gemiddelde inzet van 1.079 fte en richting 2027 en 2028 daalt onze formatieve inzet naar 1.066 fte. Deze daling is op te vangen door natuurlijk verloop (onder andere AOW-gerechtigde leeftijd) en het gebruik van de flexibele schil. 

Tegelijkertijd voorzien we net als afgelopen jaar extra capaciteitsbehoefte vanuit Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en projectmatige activiteiten. 
Hier is in de meerjarenverwachting rekening mee gehouden, maar dit blijft lastig kwantificeerbaar.
Met strategische personeelsplannen voorkomen de organisatorische eenheden fricties in kwaliteit en kwantiteit door natuurlijk verloop; knelpunten worden vroeg gesignaleerd en omgezet in maatregelen: scholing en gerichte werving & selectieactiviteiten. 

​Huisvesting

In Hoogeveen, locatie Voltastraat, is de verbouw in ons gebouw voor DOC33 nagenoeg afgerond, zij huren hier ruim 200 m2. DOC33 is het centrum voor circulair en duurzaam bouwen, mede gefinancierd door de Regiodeal. Gedurende het hele jaar, zijn er meerdere succesvolle bijeenkomsten georganiseerd in de vernieuwde ruimte. Ook is de revitalisatie van de w-installaties KLUI afgerond, het gebouw voldoet hiermee op de belangrijkste aspecten aan Frisse Scholen. Met het oog op beperkte rest levensduur is een groot deel remontabel aangelegd. 

Naast de panden die in eigendom zijn van het Alfa-college wordt er ook een aantal locaties gehuurd. Enerzijds wordt hiervoor gekozen om kwalitatieve redenen. Anderzijds is dit een bewuste keuze om de te verwachten krimp voor de komende jaren te kunnen opvangen.  

KARgo! in Hoogeveen, RTC in Hardenberg, Kardingerweg en Atoomweg in Groningen worden voor lange tijd gehuurd, de IT-hub Hoogeveen en Hereweg Groningen zijn voorbeelden van kortdurende huur, welke aansluit bij de strategische koers van het Alfa-college.  De samenwerking in Health-hub Roden is beëindigd. 

De contracten worden - gezien de mogelijke fluctuatie en daling van studentenaantallen – zo veel mogelijk voor een korte periode afgesloten. Hierdoor heeft het Alfa-college een voldoende flexibele huisvestingsschil om een mogelijke daling met 10% van de huidige studentenaantallen op te vangen (kwantitatief). 

In DNA verband wordt de samenwerking ook gezocht in huisvesting. Daar waar mogelijk delen we huisvesting, bijvoorbeeld klein deel van de sporthal Noorderpoort en locatie DCTerra aan de Hereweg (beide Groningen). 

De ontwikkeling binnen het domein Business School heeft ertoe geleid dat eind 2025 een onderzoek is gestart naar verdergaande samenvoeging van en het delen van de huisvesting van de locatie aan de Boumaboulevard, dat in 2028 zijn beslag moet krijgen. Door deze samenwerking met Noorderpoort voor de Business School heeft er in navolging van 2024 ook in 2025 een tijdelijke verlaging van de bezetting van de locatie Boumaboulevard plaatsgevonden. Naar verwachting neemt de bezetting van voornoemde locatie structureel weer toe na 2027/2028.  

Tevens is het document Strategische Kaders Huisvesting op DNA niveau vastgesteld door de drie CvB’s en worden voorbereidingen getroffen om een gezamenlijk Strategisch Huisvestingsplan op te stellen in 2026. Ook hierbij is rekening gehouden met krimp mbo en een verwachte toename van het aantal LLO-deelnemers.

​Ontwikkeling Investeringen

De afgelopen jaren zijn wij als gevolg van toenemende baten steeds in staat geweest om een aantal geplande grote investeringsprojecten, onder andere de ver- en nieuwbouw voor de locaties aan de Admiraal de Ruyterlaan, Kluiverboom, Kardingerweg, Voltastraat en de vervanging van kantoor- en schoolmeubilair en audiovisuele apparatuur, met eigen middelen te financieren.  

Ook voor de geplande nieuwe investeringen en het groot onderhoud wordt verwacht dat deze, gezien de ontwikkeling van de liquiditeitsratio de komende jaren, uit eigen middelen gefinancierd zullen kunnen worden.  

Vanuit de meerjarenplannen (MJOP) houden wij rekening met investeringen voor regulier, planmatig onderhoud en daaraan gerelateerde duurzaamheidsverbeteringen. In 2025 is de eerste fase revitalisatie W-installaties KARDW uitgevoerd, komend jaar volgt fase 2. En zijn plannen ontwikkeld om de revitalisatie van de W-installatie gebouw D RUYT ter hand te nemen, terwijl de volledige school operationeel is. In de begroting 2026, vastgesteld op 12 december 2025, is de gevelrenovatie van de Bouma (€ 1,5 mln.) als investering verwerkt. Op basis van voortschrijdend inzicht zijn voornoemde kosten van de gevelrenovatie ten laste van het resultaat 2025 gebracht. In onderstaande grafiek is het begrote bedrag van de investeringen in 2026 verminderd met € 1,5 mln. 

De reguliere vervanging van kantoor- en schoolmeubilair, wordt zo veel mogelijk circulair uitgevoerd, wanneer refurbishen niet mogelijk is wordt er nieuw, steeds meer circulair, meubilair aangeschaft. 

Voor de eventuele vervanging van audiovisuele apparatuur is een nieuwe aanbesteding opgestart, onder regie van afdeling ICT.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Meerjaren investeringen 2023-2026 Gebouwen en terreinen Groot Onderhoud Inventaris & Apparatuur Overige vaste activa
2025 1450 0 2121 0
2026 2209 1018 2047 8
2027 2802 1261 2604 10
2028 2634 1186 2448 9

Balans

Gezien de hierboven genoemde ontwikkelingen ontwikkelt de balans zich de komende jaren naar verwachting als volgt1

  Activa (x € 1.000) 2025 2026 2027 2028
    realisatie begroting begroting begroting
  Vaste activa        
1.1.2 Materiële vaste activa  73.416   66.593   66.033   63.946 
1.1.3 Financiële vaste activa  8.635   8.539   8.538   8.538 
  Totaal vaste activa  82.051   75.132   74.571   72.484 
           
  Vlottende activa        
1.2.2 Vorderingen  8.046   6.785   6.785   6.785 
1.2.4 Liquide middelen  27.259   24.238   22.531   20.850 
  Totaal vlottende activa  35.305   31.023   29.316   27.635 
           
  Totaal activa  117.356   106.155   103.887   100.119 
  Passiva (x € 1.000) 2025 2026 2027 2028
    realisatie begroting begroting begroting
  Eigen Vermogen        
2.1.1.1 Algemene reserve  52.251   52.451   52.701   52.901 
2.1.1.2 Bestemmingsreserve publiek  4.439   4.439   4.439   4.439 
2.1.1.3 Bestemmingsreserve privaat  -   -   -   - 
2.1.1.8 Statutaire reserves  1   1   1   1 
  Totaal eigen vermogen  56.691   56.891   57.141   57.341 
           
2.2 Voorzieningen  8.478   8.292   8.342   8.442 
2.3 Langlopende schulden  20.475   19.663   16.695   13.727 
2.4 Kortlopende schulden  31.712   21.309   21.709   20.609 
           
  Totaal passiva  117.356   106.155   103.887   100.119 

1De geprognosticeerde balans is gebaseerd op de door de RvT goedgekeurde Begroting 2026 en Meerjarenbegroting 2027-2029 waarbij de gevelrenovatie van € 1,5 mln. is gecorrigeerd (minder investeringen in 2026 en meer kosten in 2025).

Toelichting op significante afwijkingen op de geprognosticeerde balans:

  • 1.1.2 Materiële vaste activa: Daling de komende jaren heeft te maken met dat de afschrijvingen hoger zijn dan de geplande investeringen in duurzaamheid en investeringen vanuit planvorming vanuit het onderwijs.  
  • 1.1.3 Financiële vaste activa: Deelneming LOC+ blijft de komende jaren op hetzelfde niveau. 
  • 1.2.2 Vorderingen: De vorderingen blijven de komende jaren op hetzelfde niveau. 
  • 1.2.4 Liquide middelen: In de komende jaren worden weer meer investeringen gedaan waardoor de liquide middelen zullen dalen. 
  • 2.1 Eigen vermogen: Het eigen vermogen stijgt in 2025 door het positieve exploitatieresultaat. Vanaf 2026 stijgt het eigen vermogen als gevolg van de begrote positieve exploitatieresultaten over 2026-2028. 
  • 2.2 Voorzieningen: De omvang van de voorzieningen is in 2025 fors gestegen als gevolg van een CAO-stijging en een toename in het deelnemen aan de voorziening duurzame inzetbaarheid. De verwachting is dat de na 2025 de voorziening redelijk stabiel blijft. 
  • 2.3 Langlopende schulden: De langlopende schuldpositie zal de komende jaren afnemen als gevolg van de reguliere aflossingen. 
  • 2.4 Kortlopende schulden: De geprognosticeerde cijfers vanaf 2026 zijn ultimo 2025 goedgekeurd door de RvT. In bovenstaande balans zijn geen correcties uitgevoerd op deze cijfers, met uitzondering van de herstelkosten van de gevel. Het feitelijke activiteitenniveau (balanstotalen) in 2025 ligt hoger dan begroot, onder andere als gevolg van een toename van € 1,6 mln. aan vooruit gefactureerde termijn projecten en € 1,3 mln. aan herstelkosten van de gevel (beide bedragen t.o.v. realisatie 2024). De verwachting is dat de komende jaren de feitelijke balanstotalen (inclusief de kortlopende schulden) minder snel zullen dalen dan begroot.

Staat van Baten en Lasten

De staat van baten en lasten ontwikkelt zich de komende jaren naar verwachting als volgt op grond van de eerdergenoemde ontwikkelingen2

  Staat van Baten en Lasten (x € 1.000) 2025 2026 2027 2028
  Baten realisatie begroting begroting begroting
3.1 Rijksbijdragen  131.867   131.095   133.087   134.387 
3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden  4.807   3.957   3.981   4.005 
3.3 Wettelijke college-, cursus- en examengelden  1.962   1.840   1.706   1.638 
3.4 Baten werk in opdracht van derden  10.673   14.043   14.163   14.285 
3.5 Overige baten  4.498   4.104   4.186   4.270 
           
  Totaal baten  153.807   155.039   157.123   158.585 
           
  Lasten        
4.1 Personeelslasten  116.129   114.217   116.153   116.797 
4.2 Afschrijvingen  8.453   8.313   8.368   8.395 
4.3 Huisvestingslasten  10.698   8.904   9.082   9.263 
4.4 Overige lasten  18.269   23.531   23.929   24.332 
           
  Totaal lasten  153.549   154.965   157.532   158.787 
           
           
  Saldo Baten en lasten uit de gewone bedrijfsvoering  258   74   409-  -202 
           
6 Financiële baten en lasten  424   126   659   402 
8 Resultaat deelnemingen  94   -   -   - 
           
  Saldo baten en lasten uit de financiële bedrijfsvoering  518   126   659   402 
           
  Totaal resultaat  776   200   250   200 

2 De geprognosticeerde Staat van Baten en Lasten is gebaseerd op de door de RvT goedgekeurde Begroting 2026 en Meerjarenbegroting 2027-2029 waarbij rekening is gehouden met een correctie op de Rijksbijdragen van € 2 mln. positief en Personeelskosten € 2 mln. negatief (resultaateffect nihil) als gevolg een hogere CAO-stijging (5,1%) in 2025 t.o.v. de Begroting (3,5%).

Toelichting op significante afwijkingen op de geprognosticeerde staat van baten en lasten:

  • 3.1 Rijksbijdragen: Ondanks gelijkblijvende studentenaantallen zien we een lichte stijging van de Rijksbijdragen mede omdat hier de verwachte loon- en prijscompensatie in is verwerkt.  
  • 3.2 Overheidsbijdragen/ subsidies overige overheden: deze opbrengsten zullen de komende jaren naar verwachting redelijk gelijk blijven vanwege een aantal meerjarige subsidieprojecten. 
  • 3.3 Wettelijke college-, cursus- en examengelden: de baten nemen vanaf 2025 af in gelijke trend met de te verwachten afnemende studentenaantallen. 
  • 3.4 Baten werk in opdracht van derden: mede door een verbeterde focus op LLO verwachten we dat de omzet op commerciële activiteiten de komende jaren zal toenemen. De groei LLO is mede afhankelijk van wetgeving publieke opdracht voor het MBO.
  • 3.5 Overige baten: de verwachting is dat deze baten de komende jaren gelijk zullen blijven. 
  • 4.1 Personeelslasten: In de komende jaren zullen de personele lasten per saldo nagenoeg gelijk blijven als gevolg van enerzijds het afnemen van de formatieve inzet in lijn met de studentenaantallen. Anderzijds zullen de personele lasten stijgen door aanpassing van het cao-loon. 
  • 4.2 Afschrijvingen: de afschrijvingslasten zullen in de komende jaren gelijk blijven.  
  • 4.3 Huisvestingslasten: In de huisvestingslasten over 2025 zijn de (eenmalige) kosten van de gevelrenovatie verwerkt (€ 1,6 mln.). Vanaf 2026 zullen de huisvestingslasten licht stijgen ten opzichte van 2025 (exclusief kosten gevelrenovatie). Deze stijging is onder meer het gevolg van inflatie. 
  • 4.4 Overige lasten: de overige lasten zullen na 2025 naar verwachting weer gaan toenemen als gevolg van de inflatie en een toename in projecten (Baten werk in opdracht van derden). 
  • 6. Financiële baten en lasten: De (per saldo) daling van de lasten is een direct gevolg van de jaarlijkse aflossing op de leningenportefeuille wat leidt tot lagere rentelasten. In 2025 is er tevens een bedrag aan rente op het Schatkistbankieren ontvangen welke voor een bate heeft gezorgd. 

Ontwikkeling financiële kengetallen

Het Alfa-college hanteert voor zijn kengetallen, naast de door de Onderwijsinspectie gehanteerde signaleringswaarden, eigen, interne onder- en bovengrenzen en normen voor de financiële kengetallen. De ontwikkeling van de relevante financiële kengetallen voor de jaren 2025 t/m 2028, inclusief de onder- en bovengrenzen, de normen en signaleringswaarden van OCW, is als volgt: 

Bovenmatig Eigen Vermogen 2025 2026 2027 2028
Feitelijk Eigen Vermogen (* 1000) € 56.691 € 56.891 € 57.141 € 57.341
Normatief Eigen Vermogen (* 1000) € 104.429 € 99.980 € 99.950 € 99.950
Bovenmatig Eigen Vermogen € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,00
Ratio Eigen Vermogen 0,54 0,57 0,57 0,57

Het Alfa-college heeft in 2025 een ratio eigen vermogen van 0,54 en een bovenmatig eigen vermogen van € 0,00. Ook voor de komende jaren is zichtbaar dat het Alfa-college geen bovenmatig eigen vermogen zal hebben. 

Solvabiliteit 2025 2026 2027 2028
Solvabiliteit (1) 48% 54% 55% 57%
Solvabiliteit (2) 56% 61% 63% 66%
Ondergrens (solvabiliteit 1) 32% 32% 32% 32%
Bovengrens (solvabiliteit 1) 50% 50% 50% 50%
Signaleringswaarde OCW < 30% < 30% < 30% < 30%

De solvabiliteit loopt de komende jaren gestaag op. Dit heeft voornamelijk te maken met de verwachte daling van de studentenaantallen waardoor de kosten (voornamelijk personeel) zullen afnemen. De daling van de Rijksbijdrage zal, door de T-2 financiering, echter later ingezet worden waardoor naar verwachting de komende jaren een positief exploitatieresultaat behaald zal worden en daarmee de solvabiliteit zal toenemen.

Rentabiliteit 2025 2026 2027 2028
Rentabiliteit 0,01 0,00 0,00 0,00
Norm - - - -
Signaleringswaarde OCW < -0,1 < -0,1 < -0,1 < -0,1

De rentabiliteit is in 2025 positief door een positief verwacht resultaat. De verwachting is dat we de komende jaren boven de signaleringswaarde OCW zullen blijven uitkomen. 

Liquiditeit 2025 2026 2027 2028
Liquiditeit 1,11 1,46 1,35 1,34
Norm 1 1 1 1
Signaleringswaarde OCW < 0,50 < 0,50 < 0,50 < 0,50

De liquiditeit zal de komende jaren stijgen tot een niveau ruim boven de signaleringswaarde.  

Absolute omvang liquide middelen 2025 2026 2027 2028
Omvang in € € 27.259.000 € 24.238.000 € 22.531.000 € 20.850.000
Signaleringswaarde OCW € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.000.000

Het Alfa-college zal de komende jaren voldoende liquide middelen tot haar beschikking hebben om te voldoen aan de signaleringswaarde OCW. 

Huisvestingsratio 2025 2026 2027 2028
Huisvestingsratio  0,11   0,10   0,10   
Norm - - - -
Signaleringswaarde OCW > 0,15 > 0,15 > 0,15 > 0,15

Met de huisvestingsratio geven we aan welk deel van de totale lasten betrekking hebben op huisvesting. Onze huisvestingsratio laat op de lange termijn een stabiele ontwikkeling zien en ligt ruim onder de signaleringswaarde.